| |

|


|
De Stichting Waterrecreatie heeft talloze ideeën over de toekomstige inrichting van het IJsselmeergebied. Het Markermeer en het IJsselmeer staan momenteel volop in de belangstelling. Met 'Onze visie' willen wij overheden ideeën, handvatten en argumenten bieden voor de verdere uitwerking van bestaand- en toekomstig beleid. Daarnaast streven wij naar het genereren van meer aandacht en waardering voor de unieke waarden van het Markermeer, het IJsselmeer en de Randmeren op korte en op lange termijn.
De basis van de visie van de Stichting Waterrecreatie op de toekomst van het Markermeer en IJsselmeer is te lezen in het rapport 'Samen meer IJsselmeer'. Dit rapport is in 2000 opgesteld door acht recreatie- en natuurorganisaties (HISWA Vereniging, het Watersportverbond, de Vereniging voor Beroepschartervaart (BBZ), Sportvisserij Nederland, de Vereniging Natuurmonumenten, De Landschappen (Flevo-landschap, It Fryske Gea en het Noord-Hollands Landschap), de ANWB en de RECRON). Samenwerking met natuurorganisaties leidt tot kansen en win-win situaties zoals recreatief medegebruik bij natuurontwikkelingsprojecten. Daarnaast leidt samenwerking tot meer onderling begrip, tot oplossingen voor vermeende tegenstellingen en tot gezamenlijke standpunten ten aanzien van bedreigingen. In een aantal gevallen zijn de hieronder genoemde items uit 'Samen meer IJsselmeer' door tijdsverloop geactualiseerd.
Wilt u meer weten over de visie van de Stichting Waterrecreatie? Klik op de volgende onderwerpen:
- Karakter en hoofdfuncties van het IJsselmeergebied
- Recreatie en natuur
- Waterhuishouding
- Drinkwater en waterkwaliteit
- Beroepsscheepvaart
- Beroepsvisserij
- Zandwinning
- Militair gebruik
- Baggeren en het bergen van overtollige specie
- Landaanwinning
- Buitendijks wonen en verstedelijking
- Buitendijks bouwen ten behoeve van recreatieve- of watergebonden functies
- Windenergie
- Olie- en gaswinning
- Tunnels en bruggen
- Beleid en afstemmen van ontwikkelingen
|
Visie Samen meer IJsselmeer (2000) |
|
1. Visie op het karakter en de hoofdfuncties van het IJsselmeergebied
Het karakter van het IJsselmeergebied
Het unieke karakter van het IJsselmeergebied (IJsselmeer, Ketelmeer, Markermeer en IJmeer) is primair gelegen in het feit dat het een landschappelijke eenheid is, één open watergebied waarin rust, ruimte en ´s nachts duisternis overheersen. De eigen naamgeving van de respectievelijke meren verandert daar niets aan. Het is één "Nat Hart", ondanks de Houtribdijk en het daaruit volgend verschil in waterkwaliteit tussen IJssel- en Markermeer. Het gebied vormt een belangrijk tegenwicht voor de Randstad en andere stedelijke gebieden waar het druk, vol en rumoerig is.
De hoofdfuncties van het IJsselmeergebied
Het IJsselmeergebied is multifunctioneel en blijft in onze ogen multifunctioneel, maar niet alle functies kunnen daarmee even zwaar wegen. Waterhuishouding, waterkwaliteit, recreatie en natuur zien wij als hoofdfuncties, waarbij de waterhuishouding zich binnen de randvoorwaarden van veiligheid meer zou moeten richten op de functies natuur, recreatie en waterkwaliteit. Er is ruimte voor andere functies, voor zover zij genoemde hoofdfuncties of het streefbeeld niet negatief beïnvloeden.
2. Visie op recreatie en natuur
Symbiose tussen recreatie en natuur
Wij gaan ervan uit dat zowel recreatie als natuur zich in het IJsselmeergebied verder kunnen ontwikkelen. De mogelijkheden voor de functies natuur en recreatie in het IJsselmeergebied kunnen beter worden benut en gecombineerd.

Het combineren van rust voor vogels en ruimte voor recreatie
In het recreatieseizoen blijkt op een beperkt aantal plaatsen sprake te zijn van botsende belangen tussen waterrecreatie en watervogels, alwaar dan ook speciale aandacht aan moet worden geschonken.
1. Bijna het hele IJsselmeer- en Randmerengebied is aangewezen als Natura 2000 gebied met bijbehorend beschermingsregime. Bepaalde bijzondere of kwetsbare delen zoals het voormalig (Staats)natuurmonument Friese IJsselmeerkust, zijn gedurende (delen van) het jaar afgesloten op basis van artikel 20 van de Natuurbeschermingswet. Een goede handhaving verdient aandacht.
2. Omdat door de aanleg van IJburg de stedelijke en recreatieve druk op het IJmeer verder zal toenemen, wordt geconcludeerd, dat in ieder geval geen verdere aanslagen op de ruimte en het open karakter van het IJmeer mogen worden gepleegd. In het IJmeer is behoefte aan meer rustgebieden voor vogels, natuurontwikkeling in combinatie met aanleg- en/of ankerplaatsen voor de watersport en wandel en/of fietspaden voor dagrecreanten.
3. Van een aantal kwetsbare watervogels als visdief en zwarte stern bevinden de rustgebieden zich in de minst door recreatie bezochte gedeelten van het IJssel- en Markermeer (Afsluitdijk, Houtribdijk, Wieringermeerkust, westkust Noordoostpolder en artikel 20 gebieden langs de Friese IJsselmeerkust). Deze gebieden moeten wat grootschalige recreatieve ontwikkelingen betreft worden ontzien.
Op draagkracht afgestemd recreatief medegebruik moet mogelijk zijn.
De groeimogelijkheden van de grote watersport
1. In het IJsselmeer, ten noorden van de lijn Medemblik - Lemmer, zijn de voorgenomen ontwikkelingen zeer beperkt (10% van de totale groeiverwachting in het IJsselmeer- en Randmerengebied tot 2030). Langs de verdere Noord-Hollandse IJssel- en Markermeerkust wordt de laatste beleidsmatige ruimte ingevuld. Eventuele ontwikkelingsruimte langs de Friese IJsselmeerkust op (lange) termijn moet vooral worden gevonden in Lemmer. Het is daarbij uit veiligheidsoverwegingen wel van belang dat recreatie- en beroepsscheepvaart worden gescheiden.
Na Lemmer is Lelystad een tweede concentratiepunt waar de groei van de toekomstige watersport moet worden opgevangen. Ook in het Ketelmeer kan de ligplaatscapaciteit groeien.
In het IJmeer zijn na de aanleg van IJburg met bijbehorende jachthavens geen havenontwikkelingen meer gewenst, tenzij sprake is van noodzaak tot verplaatsing en aanpassing van de capaciteit zoals in Muiden. Pampushaven kan als derde recreatieconcentratiepunt in het IJsselmeergebied worden ontwikkeld. Een nieuwe uitvaart in het midden, zorgt ervoor dat de vaarbewegingen zich zoveel mogelijk noordelijk richten op het Markermeer in plaats van op het IJmeer.
Geconcludeerd kan worden, dat de hierboven voorziene ontwikkelingen in het IJsselmeergebied regionaal evenwichtig zijn en marktconform kunnen worden uitgevoerd. De totaal verwachte groei in het IJsselmeer- en Randmerengebied van 33.600 ligplaatsen in 1999 naar 46.800 in 2030, zoals aangegeven in de visie "Samen meer IJsselmeer" in 2000, was in lijn met de grenzen die waren bepaald in het Structuurschema Groene Ruimte. Door ontwikkelingen in de afgelopen 10 jaar kan de groeiverwachting tot 2030 worden bijgesteld naar 42.000 ligplaatsen. Het huidige aantal ligplaatsen bedraagt 35.500 (situatie eind 2008).
2. Naast de te verwachten groei van de grote watersport is het van belang ook het aantal kleinschalige vaardoelen, aanleg- en/of ankerplaatsen (meerboeien) in het buitengebied uit te breiden. Hierdoor worden de bekende, druk bezochte cultuurhistorische havensteden ontlast en wordt ruimte geboden voor rustzoekende en natuurminnende watersporters. Natuurontwikkeling- of dijkversterkingprojecten bieden kansen voor recreatief medegebruik.
3. Ter verbetering van de vaarmogelijkheden en ter versterking van het functioneren van de jachthavens aan de Gouwzee en de economie van Waterland is een doorgang in de dijk naar Marken gewenst. Onderzoek is gewenst, om deze doorgang zo vorm te geven dat effecten op de natuur en waterkwaliteit en het functioneren van het eiland Marken minimaal zijn.
De ontwikkelingsmogelijkheden voor verblijfs-, dag- en oeverrecreatie
1. Knelpunten tussen recreatie en natuur langs oevers ontstaan meestal door gebrek aan goede voorzieningen op daarvoor beter geschikte locaties. Door "positieve zonering" worden oevers bereikbaar gemaakt waar gewenst.
2. Goed bereikbare stranden zijn concentratiepunten die de recreatiedruk op aangrenzende natuurgebieden kan verminderen. De attractiewaarde van zo'n concentratiepunt neemt toe, wanneer het voorzieningenaanbod wordt vergroot.
3. Het water in het IJsselmeergebied moet voldoen aan de eisen voor zwemwaterkwaliteit.
4. Omdat de surfsport een lang seizoen kent, kan dit leiden tot problemen met trekkende watervogels aan de randen van het zomerseizoen. Ook ruiende vogels kunnen door dicht langs de oever varende surfplanken worden verstoord. Er wordt in het IJsselmeergebied met name gesurfd langs de Friese IJsselmeerkust bij Makkum, Workum en Hindeloopen. Omdat dit gebied ook belangrijke vogelkundige waarden heeft, is adequate handhaving en voorlichting over natuurwaarden en trekkende en ruiende watervogels van groot belang.
5. Ook het kitesurfen heeft zich in de afgelopen 10 jaar snel ontwikkeld. Formeel is kitesurfen verboden via het BPR tenzij vergunning is verleend. Van de 30 bestaande kitesurflocaties in het IJsselmeergebied zijn er op dit moment circa 10 vergund (Friese kust, Strand Horst en Muiderberg). Het is dringend gewenst dat voor de overige locaties in samenhang beleid wordt ontwikkeld.
6. Natuurgebieden en (voor-)oevers dienen zoveel mogelijk toegankelijk te zijn voor natuurgerichte, extensieve vormen van recreatie zoals wandelen, fietsen en sportvissen. In kwetsbare perioden zoals het broedseizoen, kan zonering in tijd een oplossing bieden voor eventuele problemen. Natuurgebieden moeten zo groot en divers zijn dat openstelling voor recreanten zo weinig mogelijk verstoring veroorzaakt.
Mogelijkheden om de natuurfunctie in het IJsselmeergebied te versterken
1. Voor de hand liggende plaatsen om via grootschalige natuurontwikkeling de natuur te versterken zijn de Houtribdijk (in 2000 het project Enkhuizerzand, nu het 'Oermoeras' uit de Toekomstvisie Markermeer - IJmeer), de Afsluitdijk, de Wieringermeerdijk en de Flevolandse dijken. Kleinschalige mogelijkheden liggen langs de (verdere) Noord-Hollandse- en Friese kust. Waar mogelijk moeten binnen- en buitendijkse ontwikkelingen worden gecombineerd. Belangrijk is vooral de as IJmeer - Flevolandse kust - IJsseldelta. Een natuureiland op het Hop tussen Medemblik en Stavoren heeft een belangrijke functie als nieuw rust-, rui- en/of broedgebied. (In 2000 was dit een wens. Inmiddels is natuureiland De Kreupel inclusief aanlegplaatsen gerealiseerd en in beheer bij Staatsbosbeheer en Watersportvereniging De Kreupel uit Andijk). Recreatief medegebruik in de vorm van een aantal aanlegplaatsen, meerboeien en/of ruimte om te ankeren dient uitgangspunt bij natuurontwikkeling in het IJsselmeergebied te zijn. Aanleg van verdere natuur- of recreatie-eilanden die het open karakter van het IJsselmeergebied aantasten, is niet gewenst. De randen van het IJsselmeer bieden in combinatie met dijkversterking en/of natuurontwikkeling betere kansen.
2. Een robuuste brakke zone rond de Afsluitdijk is een waardevolle toevoeging aan het ecosysteem en bestaande natuurwaarden. Het vergroot de mogelijkheden voor visintrek en levert, mits van voldoende omvang, een nieuw ecologisch brak milieu met kansen voor diverse soorten vis en (water-)vogels.
Zo´n zone mag de drinkwaterkwaliteit echter niet negatief beïnvloeden en het oppervlakte bevaarbaar water mag niet substantieel kleiner worden. Bij de aanleg zal moeten worden gezocht naar win-win situaties, zodat naast de natuurwinst ook de recreatie- en vaarmogelijkheden worden verbeterd.
3. In 2000 bestond de concrete planvorming in het IJsselmeergebied uit 1.500 ha. nieuwe natuurontwikkeling. In totaal was exclusief het project 'Brakke zone Afsluitdijk', 6.000 ha. natuurontwikkeling voorzien. Inmiddels is het project 'Brakke zone Afsluitdijk' vervallen en vervangen door het project 'Toekomst Afsluitdijk'. Ook nieuw is het project Toekomstagenda Markermeer - IJmeer (TMIJ). De TMIJ voorziet in 6.000 ha. natuurontwikkeling ('oermoeras') in het Markermeer langs de Houtribdijk en o.a. vooroevers langs de dijk van Zuidelijk Flevoland.
Projecten waar, anticiperend op waterhuishoudingmaatregelen, harde dijken middels vooroevers worden verzacht, hebben de voorkeur. Recreatief medegebruik bij natuurontwikkeling, dijkversterkingprojecten of de aanleg van vooroevers moet uitgangspunt zijn. Projecten dienen van voldoende omvang te zijn, zodat rustgebieden en extensieve recreatie binnen gebieden kunnen worden gecombineerd.
3. Visie op de waterhuishouding
1. Wij beschouwen waterhuishouding, waterkwaliteit, recreatie en natuur als primaire functies in het IJsselmeergebied. Recreatie, natuur en waterkwaliteit zijn derhalve medebepalend voor de te nemen maatregelen in het kader van aanpassingen in het waterbeheer. Gestreefd moet worden naar win-win situaties.
2. Verandering van het peilbeheer biedt positieve kansen voor de natuur in het gebied. Het areaal water- en moerasplanten zal bij een passende inrichting toenemen, hetgeen de kwaliteit van het water en het doorzicht ten goede komt. Dit heeft positieve gevolgen voor de visstand en de vogelstand. In het voor- en najaar is een hoger peil gewenst dan het huidige zomerpeil. Bij een verhoging van het peil dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels in de buitendijkse natuurgebieden, terwijl bij de verlaging in het najaar rekening moet worden gehouden met de bereikbaarheid van de winterstalling door dieper stekende recreatieschepen.
3. Verhoging van het peil in het IJsselmeer tot NAP + 1,5 m, zoals opgenomen in het concept Nationaal Waterplan als uitwerking van de plannen van de Commissie Veerman is ongewenst. Het leidt tot zeer hoge maatschappelijke kosten en heeft grote gevolgen voor de historische steden rond het IJsselmeer en voor Kampen, voor bestaande dijken, buitendijkse natuurgebieden en voor recreatiebedrijven. Ook een vast peil in het Markermeer is ongewenst omdat het de dynamiek in het IJsselmeergebied belemmert. Voorgesteld wordt de Houtribdijk gecontroleerd doorlaatbaar te maken zonder afbreuk te doen aan de functies veiligheid en verkeer. Het Markermeer behoudt dan in een normale situatie haar functie als waterbuffer. In geval van calamiteiten (storm en extreme afvoer van regenwater en smeltwater) kan de doorlaat in de Houtribdijk worden gesloten en een eventueel wateroverschot uit het IJsselmeer in de Waddenzee worden gepompt. Nader onderzoek naar deze variant is noodzakelijk.
4. Dijkversterkingprojecten als gevolg van een hoger waterpeil of andere berekeningsmethoden moeten, op daarvoor geschikte locaties, uitgevoerd worden via de aanleg van vooroevers. Achter de vooroevers of aansluitend binnendijks, kunnen natuurherstelprojecten worden uitgevoerd, gecombineerd met recreatief medegebruik.
4. Visie op drinkwater en waterkwaliteit
1. Het IJsselmeer én het Markermeer zijn, mede in verband met de plannen voor een brakke zone rond de Afsluitdijk, van groot belang voor de drinkwaterwinning in de toekomst. De waterkwaliteit in beide gebieden moet daarop afgestemd zijn.
2. In Samen meer IJsselmeer worden op diverse plaatsen maatregelen genoemd, waardoor de waterkwaliteit in het gebied verder kan worden verbeterd. De EU Kaderrichtlijn Water is internationaal van belang om o.a. chemische verontreinigingen verder terug te dringen. Voorbeelden om de waterkwaliteit binnen het gebied te verbeteren zijn de aanleg van diepe zandwinputten als slibvang in het Markermeer en de realisatie van vooroeverprojecten (rietoevers als mogelijke helofytenfilters). Niet alleen voor de natuur, maar ook voor watersporters en oeverrecreanten is de waterkwaliteit een belangrijk onderwerp (kwaliteit zwemwater, meer variatie in vangstmogelijkheden voor sportvissers, etc.) en vergt dus grote aandacht.
5. Visie op de beroepsscheepvaart
Vervoer van vracht en personen over water betekent een ontlasting van het wegennet en het milieu en is derhalve een goede zaak. Vrachtschepen zullen groter worden en het aantal vaarbewegingen zal toenemen. Het is daarbij van belang dat aandacht wordt geschonken aan de veiligheid op het water en rond sluizen en bruggen. Gezien de tevens groeiende recreatievaart, zal de capaciteit van de sluizen bij Stavoren en Lemmer moeten worden uitgebreid. Scheiding van beroeps- en recreatievaart is noodzakelijk op het buiten IJ voor de Oranjesluizen en bij Lemmer (parallelle vaarroutes).
6. Visie op de beroepsvisserij
De overbevissing van aal, snoekbaars, baars en spiering heeft niet alleen negatieve gevolgen voor de visstand zelf (en het gebruik hiervan), maar voor het totale ecosysteem. Aangezien een gezond en evenwichtig ecosysteem in belangrijke mate bepalend is voor de natuur- en recreatieve waarde van het IJsselmeer is een daadwerkelijke reductie van de visserijinspanning hoognodig.
7. Visie op zandwinning
Het winnen van zand in het IJsselmeergebied heeft in beginsel geen negatieve effecten op ons streefbeeld en past in het multifunctioneel gebruik. Vanuit duurzaamheidoverwegingen is een terughoudend beleid ten aanzien van de winning van grondstoffen gewenst. Putten ten gevolge van diepe zandwinning kunnen als slibvang positieve effecten hebben op de waterkwaliteit en de visstand, met name in het Markermeer. Bij het zoeken naar geschikte wingebieden dient rekening te worden gehouden met de (potentiële) aanwezigheid van waterplanten en driehoeksmosselen.
8. Visie op militair gebruik van het IJsselmeergebied
Militaire activiteiten passen niet bij de unieke waarden van- en overige functies in het IJsselmeergebied. Dat het noordelijk deel van het IJsselmeer nauwelijks wordt bewoond, noch intensief wordt bevaren, is geen vrijbrief voor militaire activiteiten. De knal en het vervolgens inslaan van een granaat bij beproevingen zorgt wel degelijk voor een "ongemakkelijk gevoel" bij recreanten en verstoring van vogels. Militair gebruik in het IJsselmeer is ongewenst en wordt afgewezen.
9. Visie op het baggeren en bergen van overtollige specie
1. Gebiedseigen specie, Klasse 1 en 2, kan bij voorkeur worden gebruikt voor natuurontwikkelingsprojecten of kan anders in het water in speciale putten worden gestort.
2. Gebiedseigen specie, Klasse 3 en 4, is vervuild en moet worden verwijderd. Opslag in open water is niet acceptabel.
3. Vervuilde specie van buiten het IJsselmeergebied dient ook buiten het gebied te worden opgeslagen of verwerkt.
4. Vaargeulen en (toegangsgeulen van) havens dienen beter op diepte te worden gehouden. Havens moeten mee kunnen liften met grootschalige baggerwerken van Rijkswaterstaat in aangrenzend water, waardoor de kosten voor havenbeheerders kunnen worden beperkt.
10. Visie op landaanwinning
Verdere landaanwinning (inpolderingen of opspuitingen) in het IJsselmeergebied is ongewenst, omdat dit ten koste gaat van de basiskwaliteiten van het IJsselmeergebied voor zowel recreatie als natuur. Het open karakter wordt aangetast, dan wel verder "verkaveld" en de mogelijkheden voor waterberging worden verkleind. Plannen daartoe zullen, zoals eerder gedaan in de 80-er en 90-er jaren (aanleg Markerwaard, respectievelijk aanleg vliegveld) kunnen rekenen op heftig gemeenschappelijk verzet.

11. Visie op buitendijkse ontwikkelingen
Buitendijkse verstedelijking wijzen wij af, omdat hierdoor de unieke open waarden van het IJsselmeergebied worden aangetast. Bij buitendijkse ontwikkeling moet onderscheid gemaakt worden tussen "buitendijks wonen" (volkshuisvesting) en buitendijks bouwen ten behoeve van een recreatieve- of watergebonden functie. Onze visie op deze begrippen is onderstaand weergegeven.
12. Visie op buitendijks wonen en verstedelijking
1. Woningbouw en verstedelijking buitendijks in het IJsselmeergebied is strijdig met de primaire functies waterhuishouding, waterkwaliteit, recreatie en natuur en wordt daarom afgewezen. Het is bekend dat wonen aan het water zeer geliefd is. Nieuwe mogelijkheden kunnen achter de dijk worden gecreëerd door nieuwe watergebieden te realiseren. Voorbeelden zijn nu al te vinden in Almere (Noorderplassen) en Lelystad (het Bovenwater / Hollandse Hout).
2. Woningbouw op de oever aan het water is alleen mogelijk, voor zover deze plaats vindt in het stedelijk gebied ("waterfront"). De woningen moeten passen bij het (historisch of moderne) beeld en karakter van de stad.

13. Visie op buitendijks bouwen ten behoeve van recreatieve- of watergebonden functies
1. Het buitendijks in het water bouwen van recreatiewoningen is ongewenst.
2. Recreatiewoningen op de oever in het buitengebied dienen te passen in het landschap en aan te sluiten bij bestaande intensieve recreatiefuncties.
3. Bij de herinrichting van bestaande aan het water gelegen verblijfsrecreatieterreinen dient er naar te worden gestreefd om permanente recreatievormen (stacaravans en vakantiewoningen) binnendijks in het groen te situeren. Buitendijks alleen seizoensgebonden (seizoensplaatsen en tenten) en innovatieve extensieve recreatievormen toestaan die in de winterperiode worden verwijderd.
4. Buitendijkse industrieterreinen in het landelijk gebied zijn ongewenst. In stedelijk gebied dienen zij een directe relatie te hebben met de beroepsscheepvaart (overslagterminal), de beroepsvisserij (visafslag) en/of het nautisch bedrijfsleven.
14. Visie op windenergie
Er is veel maatschappelijke weerstand tegen de plaatsing van windturbines, omdat ze het landschap en de horizon veranderen. Over smaak valt niet te twisten. Windenergie is een milieuvriendelijke vorm van energiewinning. Sommigen vinden windturbines passend bij het karakter van deze tijd. Anderen hebben er een hartgrondig hekel aan, vrezen ronddraaiende wieken, slagschaduw, geluidsoverlast en verstoring van horizon en natuur- en vogelkundige waarden. Alle windturbines in Nederland tezamen (geïnstalleerd vermogen 450 MW) leverden in 2000 een bijdrage van minder dan 1% aan het nationale elektriciteitsverbruik (nu ruim 2,5%).
1. Als fossiele brandstoffen schaarser en/of duurder worden en het economisch rendement van windturbines verbetert, zal windenergie samen met o.a. zonne-energie, waterkracht en energie uit afval (verbranding en biogas) een belangrijkere plaats in gaan nemen als alternatieve energiebron.
2. Naarmate de windturbines groter worden, zal ook de beïnvloeding van het landschap versterkt optreden. Met zichtafstanden van ca. 30 km in het IJsselmeergebied zullen de diverse (geplande) clusters en lijnopstellingen overal nadrukkelijk zichtbaar en aanwezig zijn. Omdat de uitgestrektheid, de ongestoorde vergezichten, de havensilhouetten, kortom de grootschaligheid en de rust die daar van uitgaat unieke waarden van het IJsselmeergebied zijn, zijn draaiende windturbines in dit water, noch op de oevers, noch direct achter de dijk passend.
3. Solitaire molens en de diverse kleine clustertjes langs de oevers van het gebied dienen op termijn te worden verwijderd (uitsterfbeleid). De parken op de oevers bij de Flevocentrale en ten noorden van Urk kunnen beter worden benut, maar moeten niet verder worden uitgebreid.
15. Visie op olie- en gaswinning
Seismologisch onderzoek naar mogelijke gasreserves in het IJsselmeergebied is aanvaardbaar. Eventuele proefboringen en winning zal echter vanaf het land (achter de dijk) plaats moeten vinden, waarbij rekening moet worden gehouden met aanwezige waarden.
16. Visie op tunnels en bruggen
1. Diverse verkeersstromen mogen elkaar niet hinderen. Elke brug leidt tot oponthoud voor weg- en waterverkeer. Nieuwe bruggen in het IJsselmeergebied zijn landschappelijk ongewenst. Indien intensivering van het auto-, vracht- en treinverkeer nieuwe ontsluitingen noodzakelijk maakt, zou in het gebied gekozen moeten worden voor tunnelverbindingen. Dit geldt voor een eventuele Zuiderzeelijn (vervanging Ketelbrug) en/of een verbinding door het IJmeer.
De bediening van bruggen en sluizen:
De bediening van bruggen en sluizen in het gebied dient conform de normen uit de BRTN uitgevoerd te worden. Automatisering en het op afstand bedienen van bruggen en sluizen levert een belangrijke bijdrage aan het vergroten van de recreatieve gebruiksmogelijkheden van het gebied.
17. Visie op het beleid en het afstemmen van ontwikkelingen in het IJsselmeergebied
1. Het is noodzakelijk dat er een bevoegd en gezaghebbend orgaan voor het IJsselmeergebied komt, vergelijkbaar met de Waddenadviesraad, waarin de bij het gebied betrokken overheden èn maatschappelijke organisaties op een evenwichtige wijze zijn vertegenwoordigd. Met open, positieve samenwerking, goed overleg en de juiste argumenten creëer je kansen en bescherm je, waar nodig, het gebied!
2. Overheden zijn verantwoordelijk voor het beleid en nemen besluiten, maatschappelijke organisaties hebben een adviserende rol. Wij zijn nadrukkelijk bereid deze rol in dit gebied te vervullen.
3. Het is niet noodzakelijk dat er een PKB voor het IJsselmeergebied wordt opgesteld, omdat een PKB een (te) zware status heeft en in de praktijk vaak een middel is om ongewenste ontwikkelingen tegen te houden. Het is niet het juiste instrument om de wel gewenste ontwikkelingen te bevorderen.
|

|
|


|
|